Lokale keten

Landgoed Quadenoord-Boschbeek overweegt het Grote Huis te verwarmen met een houtgestookte CV-ketel. De eerste stap op weg naar energie-landgoed. Wat is de klimaatwinst? En, loont een lokale keten voor landgoed Quadenoord? Om deze vragen te beantwoorden wordt ‘stoken op hout’ vergeleken met de huidige situatie van ‘stoken op fossiel’. De ervaringen met oogsten, opslag en stoken op kleine schaal op Quadenoord worden vertaald in getallen met de E-land simulatiemodellen.
Ook worden de resultaten van een aantal varianten gegeven: ‘als die parameter verandert, dan is dat de consequentie’.

Vergelijk ‘stoken op vloeibaar propaan’ met ‘stoken op eigen hout’

Wat kost het produceren van de warmte in € per opgewekte gigajoule (GJ) voor hout en de referentiesituatie op fossiel? Onder de tabel staan de belangrijkste invoergegevens waarop de berekeningen zijn gebaseerd. Te zien is dat de brandstofkosten per (GJ) van vloeibaar propaan hoog zijn. Ongeveer het dubbele van die van aardgas. Dit maakt stoken op hout voor landgoed Quadenoord relatief kansrijk. Met een warmtevraag 220 GJ gebaseerd op verhuur van ca. 3 dagen per week loont het net: er is een kleine verdienruimte van 2 euro per GJ. De eenvoudige terugverdientijd is 9 jaar.

Enkele belangrijke invoervariabelen voor de berekeningen met E-land: de investeringskosten voor de houtinstallatie inclusief BTW zijn gebaseerd op aangevraagde offertes. De aflossing van de investering is in 10 jaar. Rentevoet lenen 2 %, ervan uitgaande dat de investering uit eigen middelen wordt gedaan. Rendement van zowel fossiele- als houtketel 90 %. Brandstof hout: productiekosten eikenchunks in het mooi weer scenario, 32 euro/m3 G30 exclusief BTW. Vloeibaar propaan: 0,85 euro per liter inclusief BTW

Tabel: De productiekosten van de warmte in € per opgewekte GJ bij een warmtevraag van 220 GJ.

Het plaatje geeft resultaten uitgedrukt in de kosten per eenheid geproduceerde warmte in gigajoule (GJ). Het verschil ‘stoken op fossiel’ met ‘stoken op hout’ wordt in onderstaand plaatje gelijk duidelijk. De verhouding investeringskosten en brandstofkosten zijn bij fossiel en hout precies omgekeerd.

Tabel: De productiekosten van de warmte in € per opgewekte GJ bij een warmtevraag van 220 GJ.

Stel: de warmtevraag groeit van 220 naar 330 GJ

Het wordt interessanter als de warmtevraag groter wordt en dat is geen irreële gedachte. Stel de volgende huurder gebruikt het huis 7 dagen in plaats van 3 dagen en de warmtevraag stijgt met 50 % naar 330 GJ. De dure investeringskosten van de houtketel worden dan veel beter uitgenut. De eenvoudige terugverdientijd wordt dan 6 jaar. In dit geval is er een duidelijke verdienruimte van 12 euro per GJ bekeken voor de aflostermijn.

Voor de (economische) levensduur is het nog interessanter

Na de aflossing van de investering (10 jaar) wordt de verdienruimte nog gunstiger. Rente en aflossing voor zowel hout- als fossiele installatie vervallen. Voor de houtsnipper CV-ketel is dit 18 euro per GJ. Onderhoudskosten, arbeid, kosten elektriciteitsgebruik en reserveringskosten voor groot onderhoud tellen nog wel. Voor de levensduur van de installatie bekeken, is stoken op hout op Quadenoord dus nog voordeliger. Als je geluk hebt en zuinig met de investering omgaat kan dit wel meer dan 25 jaar zijn.

Voor het risico van de investering is zekerheid over de duur en de hoogte van de warmtevraag van groot belang! En wel tenminste voor tijd dat de investering is terugverdiend: 6 jaar bij 330 GJ.

Klimaatresultaat

Met stoken op hout in plaats van fossiel bespaart landgoed Quadenoord bij een warmtevraag van 330 GJ een emissie van bruto 30 ton CO2. De CO2 emissie door verbruik van fossiele brandstof bij de werkzaamheden van oogst tot en met stoken is 2 à 3 procent van de bruto vermeden CO2 emissie. De netto bespaarde CO2 emissie is dus 27 à 28 ton.

De invloed van broei en drogen op het klimaat- en economisch resultaat?

In 2014 is op Quadenoord met opslag van verse kleine chunks (G30) geëxperimenteerd. Die passen namelijk beter door de invoervijzels van kleinere houtsnippers CV ketels, met een vermogen kleiner dan 200 kW. In deze opslagproef waren de verse kleine eiken chunks in 4 maanden gedroogd van ca. 44 % vochtigheid naar ca. 30 % vochtigheid. Door drogen wordt de verbrandingswaarde van het hout beter. De brandstofkosten worden daardoor in dit geval 0,6 €/GJ minder en het het klimaatresultaat wordt 5 % beter.

Met de kleine chunks was het verlies aan droge massa 15 %. De verdienruimte in de casus Quadenoord daalt daardoor 1,5 €/GJ. De kosten voor de brandstof hout worden namelijk 1,5 € per opgewekte GJ hoger omdat er meer hout nodig is. Door het verlies aan droge massa wordt de CO2 emissie die met het beschikbare hout mogelijk is 15 % lager .

Een beter resultaat zoals met grote chunks mogelijk is, is wenselijk. Als je grotere chunks (groter of gelijk aan G50 of beter nog groter) goed opslaat is een verlies aan droge massa van minder dan 1 % per maand mogelijk. Dit hebben we jammer genoeg niet in het project kunnen demonstreren.

Verandering parameters en de consequentie

Sommige parameters zijn van grote invloed op het financieel resultaat, andere minder. Hier een voorbeeld van de rentevoet.

Stel: de rentevoet lenen is hoger, namelijk 6 %

Stel je leent de investeringskosten bij de bank tegen 6 % en de warmtevraag is nog steeds 330 GJ. De verdienruimte wordt dan 7 euro per GJ.

Stel…………:

Dien via ‘contact’ een verzoek in voor verandering van één van de invoervariabelen en we presenteren u het resultaat van ‘warmtekosten langs de keten’.

Conclusie:

Een ‘volledige’ warmtevraag bij de huurder en zekerheid over de duur ervan is belangrijk voor de haalbaarheid van een houtketel op Quadenoord.