Stoken

Stooktesten kleine eikenchunks

Met de in 2014 geproduceerde zijn stooktesten uit gevoerd in een aantal kleine houtketels (vermogen < 200 kW) met vijzelinvoer van diverse merken. Hiernaast eikenchunks kantlengte 20-30 in close up.

Er zitten enkele wat grotere schijven/plakken in van 20-30 mm dik. Je merkt dat die vrij gemakkelijk in kleinere stukken breken. Op plekken bij een noest breken ze niet of minder makkelijk. © Willem Quist
Doorsnee eikenchunks kantlengte 20-30 met 10 eurocent © Willem Quist

Resultaten

De doorvoer en het stoken van de kleine eiken chunks zijn en worden getest in een 80 kW HDG-ketel, een 35 kW ETA-Hack met het kleinste toevoersysteem en een 100 kW VETO-ketel. De ontvangers vinden de kleine chunks er goed uit zien en wat betreft kwaliteit en schimmelsporen ongeveer vergelijkbaar met de chips die anders worden gebruikt. VETO geeft aan dat hij bij kleine gebruikelijke chips vaak meer schimmelsporen ziet, maar dat is in principe voor het stoken geen probleem. De eiken chunks zijn nog een beetje aan de vochtige kant (net boven 30%).

Er zijn tot op heden geen storingen geweest met de aanvoer van de kleine chunks! Dus dat gaat goed. Ook wat stoken betreft gaat het prima, zoals het moet.

Gebruiker HDG: “Supermooi: weinig stof en daardoor weinig as. Het stookt fijner. Het brandt constant door de constante kwaliteit snipper. “
Gebruiker ETA: “brandt goed, brandt constant. Na meer dan 3 kuub de aslade van 30 liter geleegd. Dus de hoeveelheid as is minder dan 1 volumeprocent.”

VETO verwacht minder vervuiling van de ketel omdat de kleine fractie gering is. ETA verwacht dat een stofmeting iets gunstiger uitvallen vanwege het ontbreken van de fijne fracties. Maar de meeste ketels komen ook goed weg met normale houtsnippers (emissienorm stof= 40 mg/m³). Door de fractiegrootte van de snippers stroomt de lucht bij de verbranding sneller door de brandstof. De regeling van de ketels zorgt dat de instellingen van o.a. luchttoevoer zich aanpassen, waardoor het rendement optimaal blijft. Enige klein nadeel dat bedacht kan worden, is dat het mes in de brandsluis iets eerder slijt doordat het vaker wordt gebruikt.

Zo zijn de twijgjes afgesneden. © Willem Quist
Er zit een enkele sliert in. Volgens Henri mag de schroef wel weer eens geslepen worden. © Willem Quist
Een eindstuk was nauwelijks te vinden. Dit is er één. © Willem Quist