Bioraffinage

Het project is een zoektocht. Voor welke toepassingen in de bioraffinage zijn de eigenschappen van chunks of de eigenschappen van chunks in de opslag (zoals snelle droging en weinig broei) een voordeel .

Bioraffinage


Door bioraffinage worden verschillende componenten van de biomassa vrijgemaakt met een minimale afvalproductie. Na de raffinage krijgen de verschillende componenten een eigen toepassing en dus een eigen economische waarde, vaak verspreid over de verschillende treden van de waardepiramide. Hierdoor kan biomassa een hogere economische waarde krijgen dan zonder deze scheiding in componenten.

Vergassing

Biomassavergassing is het winnen van brandbare gassen door thermochemische bewerking van biomassa. Basisprincipe bij vergassing is dat de biomassa bij een verhoogde temperatuur – meestal enkele honderden graden Celsius – met een ondermaat aan zuurstof wordt omgezet. Daardoor oxideren niet alle organische bestanddelen en blijft er een wezenlijk aandeel aan brandbare stoffen over in het opgewekte gas zoals waterstof (H2), methaan (CH4) en koolmonoxide(CO). Het resultaat is een soort syngas of synthesegas (mengsel van H2 en CO). Dit gas kan op verschillende manieren worden gebruikt, zowel energetisch als stoffelijk. Nu vooral nog voor verbranding en opwekken van warmte en elektriciteit. In de toekomst worden meer mogelijkheden voorzien.

Er zijn meerdere technieken voor vergassing. Voor de grote wervelbed vergassers zijn juist kleine deeltjes nodig, dus geen chunks.

Voor de kleinere vastbed vergassers koos men in de praktijk vaker voor Laimet-chunks. Tot nu toe zijn er nog weinig kleine installaties in bedrijf. De techniek is relatief complex omdat naast de eigenlijke vergassing nog een aantal meer stappen onder de knie moeten zijn voor verschillende samenstellingen van biomassa. Een succesvol merk geeft aan wel tot 30 massa % fijne deeltjes aan te kunnen. Dus hier kan men ook met houtige biomassa van andere chippers overweg, mits voldaan wordt aan de specificaties.

Droog hout en doorstroming

In algemene zin is voldoende droog hout is voor kleine vergassers van belang. Hetzelfde geldt voor de doorstroming bij de brandstoftoevoer en in de ketel. Dit is meer een ”Art than a science”, aldus een stoker en een samenspel van ketel en toevoersysteem en eigenschappen van de brandstof. Fijne deeltjes, bast en broei ofwel ‘prut in de raderen’ zijn nadelig voor een goede doorstroming. Gelijkmatige deeltjes zijn een voordeel. De eigenschappen van Laimet-chunks en de eigenschappen van Laimet-chunks in de opslag zijn dus voordelig.

Biofilters

In biofilters wordt lucht door een filter met verschillende lagen geleid waarbij verschillende micro-organismen in precies de goede hoeveelheid en de juiste omstandigheden samenwerken aan de biologische afbraak van geurende contaminanten. De kwaliteit en samenstelling van het biofiltermateriaal is essentieel voor het proces.

Chunks zijn geschikt als aanstroomlaag onder andere biofiltratie-media zoals kokos of schors. Het voordeel is dat ze zeer goed van structuur zijn, geen fijn aandeel bevatten dat weerstand of zelf verstopping kan veroorzaken en lang stand houden bij hoge temperatuur en luchtvochtigheid. Door een langdurige goede luchtdoorlaat, kunnen de micro-organismen in de bovenlagen goed hun werk verrichten. Na een leven als filter kunnen de chunks alsnog gebruikt worden als brandstof. (Odour Balance, 2014)

Onder bioraffinage valt deze toepassing van chunks niet (of wel?). Het is wel een toepassing die de moeite waard is om te noemen. En het cascadeprincipe is van toepassing!

Andere toepassingen

Voor andere toepassingen zoals torrefractie en pyrolyse geven betrokkenen aan dat de eigenschappen niet van – doorslaggevend – belang zijn in het productieproces. Droog hout mag een voordeel zijn, maar de prijs van speelt een belangrijker rol. “Armani chips zijn niet nodig”. En andere laagwaardigere en goedkopere biomassa kan ook worden ingezet.

Voor de productie van cellulose en vervolgtoepassingen wordt vooralsnog uitgegaan van de gebruikelijke bronnen: stamhout van een aantal soorten. Cellulosepulp in Nederland komt voornamelijk van oud papier of wordt ingevoerd vanuit het buitenland. Het gaat om bulk, en top- en takhout heeft een lage dichtheid, waardoor transport duur is. Gebruik van top- en takhout is daarmee niet waarschijnlijk. Bovendien moet bij celluloseproductie schors en bast worden verwijderd en dat is relatief veel aanwezig bij takhout en zijn de vezels in juveniel hout zoals in toppen en takken minder sterk.